27 sept 1965 het Rotterdamsch Parool

 


het Rotterdamsch parool

Rotterdam / Rijnmond Maandag 27 sept 1965 (pagina 5)

Bertus Meijer, Arbeider-schrijver

Bestaan op een vulkaan

“Communisme voor ons een soort religie”

Naar eigen zeggen bekleed hij een “unieke positie als arbeider-schrijver” in de Nederlandse literatuur. Aanleiding voor een gesprek met Rotterdammer Bertus Meijer (64), in het dagelijks leven huisschilder, in zijn vrije tijd auteur, tot nu toe van acht boeken. Het recentste werk heet “Onbewoonbaar verklaard” (uitgever Heijnis) en binnenkort moeten nog twee boeken van de persen komen.

Bertus Meijer is een enigszins verbitterd man. In de literatuur en daarbuiten gebeuren dingen die hij niet begrijpt. Idealen waar hij vroeger heel warm voor liep, blijken in onze welvaartsstaat nauwelijks meer aan te spreken.

Geboren in een gereformeerd gezin bezocht Bertus Meijer de lagere school met de Bijbel (“Dat raak je nooit meer kwijt”). Hiermee was zijn officiële schoolopleiding achter de rug. Wel bezocht hij – na werktijd – nog enkele jaren de kunstacademie, maar kon dat niet volhouden. Vooral niet omdat hij steeds meer geboeid raakte door het schrijven.

Zijn geloof had hij inmiddels verloren, maar dat werd gecompenseerd door het communisme. “in die tijd heel wat anders dan nu, het had iets van een religie.” Hij publiceerde verhalen in de Tribune, het communistische partijblad, verhalen die later gebundeld werden tot zijn eerste boek “De woestelingen” (1931).

Bekenden

Hij kreeg ook steeds meer bekenden in de kring van linkse schrijvers. Toen dan ook in het begin van de jaren dertig het arbeiders-schrijverscollectief “links richten” werd opgericht, was Bertus Meijer erbij. Dit collectief droeg een zeer idealistisch stempel. Hierin werkten intellectuelen en arbeiders samen om de werkende stand te brengen tot het zelf produceren van literatuur.

Tekenend voor de sfeer is een vergelijking die Bertus Meijer nu in 1965 , maakt tussen de twee initiatiefnemers Jef Last en Freek van Leeuwen. “Freek van Leeuwen was een echte proletarische dichter. Hij hoorde meer in Links Richten thuis dan Last omdat hij van echte arbeidersafkomst was.” Bij alle activiteiten was het oog gericht op het lichtende voorbeeld Rusland. Jef Last onderhield de contacten met Moskou en zorgde ervoor dat de poëzie en het proza van Links Richten in Moskou werden beoordeeld.

Bertus Meijer herinnerd zich een bundel gedichten die hij indertijd uit de Sovjet Unie terugkreeg met de opmerking dat hij het woord “Messias” maar beter kon vermijden. Dat was een christelijk symbool, niet passend in de communistische gedichten.

Bevoogding

Deze bevoogding hinderde Bertus Meijer niet. Hij denkt met weemoed aan deze tijd terug. “Het was een levendige beweging. Iedereen was bezig en je lette helemaal niet op geld. Je was blij als je werk uitkwam en de mensen er wat aan hadden.

Hij had het in die tijd bijzonder druk. Niet alleen moest hij in die crisisjaren zorgen voor zijn gezin en trachtte hij zoveel mogelijk te schrijven, Hij studeerde ook zo veel mogelijk om zijn algemene ontwikkeling uit te breiden. Na 1934 begon Links Richten te verlopen. Het tijdschrift ging aan geldgebrek ten onder en ook het contact met Moskou werd stroever. Het kwam zelfs tot een breuk na een bezoek van Jef Last en Andre Gide aan de Sovjet Uni waar zij boordevol kritiek vandaan kwamen. Achteraf blijkt van de hooggestemde verwachtingen bij de oprichting van Links Richten niet veel terechtgekomen te zijn. “De arbeiders hadden er te weinig mee te maken: het was meer een zaak van intellectuelen.’

Sex

Pratend over de tegenwoordige tijd, verstrakt Bertus Meijer. Hij ergert zich aan vele jonge schrijvers de jacht op geld en publiciteit, het schrijven over seks om te choqueren. Alleen Gerard Cornelis van ’t Reve komt er goed af: “hij staat achter wat hij schrijft.” Over de in zo’n gesprek onvermijdelijke Jan Cremer: “Ik ben helemaal niet voor dwangmethoden maar die jongen moesten ze een paar maanden in een werkkamp stoppen, dan kon hij zijn handen leren gebruiken.”

Favorieten van deze Rotterdamse schrijver: Dostojeswki en George Simenon. “Carmiggelt vind ik ook erg goed.” Nog een laatste sombere opmerking: “Idealisme is er niet meer. Terwijl het juist nu zou moeten bestaan want we leven op een vulkaan. Maar daar heeft niemand belangstelling voor, als ze maar een brommer of een auto hebben. Dat is een bewijs dat we er slecht voor staan. Het is een soort verdoving.”

(Hans Baay)